Wie wil kan
op 23 mei nog naar Mechelen, maar daarna is de Vertalersgeluktournee 2013
definitief voorbij. Ik mocht drie keer meedoen, drie keer spreken over In tijden van oorlog en over
vertalersgeluk. Steeds weer ander publiek en andere vragen, maar steeds
dezelfde welwillende nieuwsgierigheid en dezelfde vlekkeloze organisatie. Wanneer
ik me bij de boekhandel meldde, liepen Nicolette Hoekmeijer en Andrea Kluitmann
daar steevast al van alles te regelen, in goed overleg met de boekhandelaren
zelf. Dank ook aan deze boekhandelaren, die het ongetwijfeld niet echt
makkelijk hebben en die er alles aan doen om de belangstelling voor boeken in
stand te houden en aan te wakkeren.
Om een
groot publiek te bereiken kun je beter bij Matthijs van Nieuwkerk gaan zitten
om over het vertalen van de nieuwste Dan Brown in een Londense bunker te
vertellen. Wat een vrolijk gesprek was dat trouwens, van Van Nieuwkerk met de drie
vertaalsters! In de boekhandels was het publiek natuurlijk veel en veel kleiner, maar de discussie was inhoudelijker. Beide gespreksvormen kunnen volgens mij goed naast
elkaar bestaan. Hetzelfde geldt voor beide vormen van vertalen: literair en
niet-literair, aan de ene kant elk woord van het origineel zorgvuldig wegen en aan de andere kant stilistische zwakheden wegwerken. Ik zie de scheidslijn tussen literair en niet-literair vertalen niet zo
absoluut als sommige anderen, misschien omdat ikzelf me vaak in het grensgebied
beweeg.
Hieronder
de tekst van wat ik -- met varianten -- in de boekhandels te berde bracht:
Mijn omgeving doet weleens meewarig over mijn beroep: altijd
maar thuis achter je bureau zitten, wat saai! Maar ze verkijken zich. Fysiek blijf
ik weliswaar tamelijk onbeweeglijk, maar in gedachten reis ik steeds weer door
nieuwe werelden. In de afgelopen jaren was dat bijvoorbeeld de wereld van René
Descartes, van wie ik onder meer Het
zoeken naar de waarheid vertaalde, en die van Marie NDiaye, die in Drie sterke vrouwen beschreef hoe een
paar Senegalese vrouwen vermalen kunnen raken tussen twee culturen. Zeventiende-eeuwse
filosofie, actuele immigratieproblemen en alles daartussenin, dat is het brede
gebied waarin ik me beweeg, met als vast vertrekpunt de Franse taal.
Mijn omgeving doet weleens meewarig over mijn beroep: altijd
maar thuis achter je bureau zitten, wat saai! Maar ze verkijken zich. Fysiek blijf
ik weliswaar tamelijk onbeweeglijk, maar in gedachten reis ik steeds weer door
nieuwe werelden. In de afgelopen jaren was dat bijvoorbeeld de wereld van René
Descartes, van wie ik onder meer Het
zoeken naar de waarheid vertaalde, en die van Marie NDiaye, die in Drie sterke vrouwen beschreef hoe een
paar Senegalese vrouwen vermalen kunnen raken tussen twee culturen. Zeventiende-eeuwse
filosofie, actuele immigratieproblemen en alles daartussenin, dat is het brede
gebied waarin ik me beweeg, met als vast vertrekpunt de Franse taal.








