dinsdag 26 februari 2013

De vierde zuster Van de Palts


Na mijn verhuizing ben ik voorlopig terughoudend met het kopen van boeken. Daarom staat 1001 Vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis nog niet in mijn oververzadigde boekenkast, maar ik heb al wel gehoord dat er in dat boek drie zusters Van de Palts opgenomen zijn: Elisabeth, Louise Hollandine en Sophie. Hun levens beschreef ik indertijd voor het Digitaal Vrouwenlexicon. Els Kloek maakte uit al die vrouwenlevens een selectie en bracht met taaie volharding de financiering van het project tot een goed einde.
Maar er is nog een vierde zus: Henriette Maria van de Palts. Ze leefde zo kort en onopvallend dat ik er indertijd voor het Digitaal Vrouwenlexicon te weinig over te schrijven wist. Daarom hier toch nog even een groet aan die vriendelijke, te jong gestorven vrouw. Ze werd geboren in juli 1627 aan de Kneuterdijk in Den Haag. Ze leefde in de schaduw van haar eigenzinnige broers en zusters en zal ongetwijfeld hebben geprobeerd het haar moeder, Elizabeth Stuart, zo veel mogelijk naar de zin te maken. Er werd een huwelijkskandidaat voor haar gevonden: een graaf in Transsylvanië. Haar oudste zus, Elisabeth, deed haar uiterste best om haar met een enigszins presentabele uitzet oostwaarts te sturen. Toen Henriette daar arriveerde, in Patak, was het liefde op het eerste gezicht. Hetzelfde was indertijd haar moeder Elizabeth overkomen, toen die haar toekomstige echtgenoot Frederik van de Palts voor het eerst ontmoette. Maar het geluk van de bescheiden Henriette mocht niet lang duren. Ze was pas zeven maanden getrouwd toen ze stierf, in december 1651. Op dat moment was ze 25 jaar oud. Haar negenentwintigjarige echtgenoot was diepbedroefd en stierf twee maanden later, in februari 1652. Wat een schrijnende geschiedenis.

dinsdag 19 februari 2013

Teruggekeerd in Den Haag



Het was erg druk op de vernissage, dus ik moet er nog een keer heen om die portretten in alle rust te kunnen bekijken. Veel ervan zijn aangevoerd uit Herrenhausen, waar ooit Sophie van Hannover woonde. Haar beeltenis staarde me verschrikt aan, ingeklemd tussen die van haar ouders: Frederik V met de zachtmoedige uitstraling en Elizabeth Stuart. Op elk portret ziet Elizabeth er hard en ongenaakbaar uit. Wat maakte haar toch zo aantrekkelijk in de ogen van haar tijdgenoten, in de ogen van haar liefhebbende echtgenoot? The Queen of hearts, werd ze genoemd. Sommige mensen hebben een onweerstaanbare motoriek of een prachtige stem, misschien was het zoiets, of misschien was het schoonheidsideaal indertijd totaal anders.
De portretten zijn door Nadine Akkerman van een kort commentaar voorzien, waarbij het accent ligt op mode en uiterlijk. Dat de haardracht van Frederik in de loop van zijn leven evolueerde van vetkuif naar lange lokken, was me nooit eerder opgevallen. Mijn eigen Elisabeth, als ik haar zo mag noemen, de oudste dochter van het winterkoninklijk paar, hing er ook. Ze was getooid met de parels die ze ooit van haar moeder had gekregen.  
Prachtig dat Hoogsteder & Hoogsteder zich de moeite hebben getroost om die hele reeks portretten naar Den Haag te krijgen. Er is niets van te koop. Ze hangen daar op de Lange Vijverberg 15 in een passend pand. Op de site van H & H staat de scriptie die Willem Jan Hoogsteder al in 1986 schreef over de schilderijencollectie van de Winterkoningin. Zie http://www.hoogsteder.com/publications/winter-queen en kom kijken. Het kan tot eind mei en de toegang is gratis.

dinsdag 18 december 2012

vooruitkijken

Het belooft een aardige bijeenkomst te worden op 17 januari a.s., in het kader van de lezingenreeks die wordt georganiseerd door de Masteropleiding Literair Vertalen in Utrecht. Iedereen kan zich ervoor aanmelden. Zie ook http://www.masterliterairvertalen.eu/lezingenreeks/



Acteur Guido de Wijs bij lezing Jeanne Holierhoek
Lezing 17 januari: Niet voor de eeuwigheid: over vertaalkritiek en het verouderen van vertalingen.  

Twee vertalers zullen eenzelfde tekst nooit op dezelfde manier vertalen. Ze drukken er hun persoonlijk stempel op. Vertalen is balanceren tussen enerzijds de stijl van de auteur en anderzijds de voorkeuren van de vertaler, zijn actieve vocabulaire, zijn bewuste of onbewuste afkeer van bepaalde woorden en zinsconstructies, de doelgroep die hem voor ogen staat, zijn soms al te grote ontzag voor het origineel enzovoort. Voor het vertalen van een literair werk zijn ambachtelijke én artistieke vaardigheden vereist. Met als gevolg dat een vertaling, net zo goed als het origineel, een kunstwerk kan worden genoemd.
Door die persoonlijke, artistieke inbreng van de vertaler kan het gebeuren dat een vertaling bij de een in de smaak valt en door een ander wordt verguisd. Maar vaker komt het voor dat de kwaliteit van een vertaling niet of nauwelijks de aandacht krijgt, omdat de lezer zich vooral richt op de inhoud, vooral gespitst is op de boodschap. Is het voor de vertaler een klein drama, dat hij of zij zo onzichtbaar blijft, of moet een vertaler niet zeuren? Wordt zijn of haar prestatie op waarde geschat? In deze bijeenkomst zal allereerst aan de hand van enkele concrete voorbeelden het thema vertaalkritiek aan de orde komen.
            Vertalers zijn kinderen van hun tijd. Ze hanteren de taal van hun tijd, met als gevolg dat vertalingen van zo’n vijftig jaar geleden vaak een ouderwetse indruk maken, vooral vertalingen met veel gesproken taal. Waarom verschijnen er voortdurend nieuwe vertalingen van klassieke werken, terwijl de originelen tijdloos blijven schitteren? Moet elke oudere vertaling naar de prullenbak zodra er een nieuwe is gepubliceerd, of is er plaats voor meerdere vertalingen naast elkaar? En blijft het origineel eigenlijk wel zo schitteren, of krijgt het dankzij een hervertaling juist weer een nieuw leven? Dat wordt het tweede thema van deze bijeenkomst: het verouderen van vertalingen.
Wie een tekst hoort, wordt er vaak sterker door gegrepen dan wie diezelfde tekst leest. Daarom zal de theorie worden opgeluisterd met klinkende illustraties; acteur Guido de Wijs gaat fragmenten voordragen uit verschillende vertalingen van dezelfde originelen. Zo zal des te overtuigender blijken, soms ongetwijfeld tot vermaak van het publiek, dat vertaalkeuzes verschillen en dat vertalers geen eeuwige roem beschoren is. Het zij zo!

Guido de Wijs speelt momenteel in De sultan en de jood bij Theaterbureau Grünfeld en heeft ook meegewerkt aan verschillende producties van theatercollectief De Nieuwe Lichting. Je vindt hem op: http://www.guidodewijs.nl.

Studenten die deze lezing voor punten volgen, ontvangen de opdracht per mail. De deadline voor deze opdracht is maandag 7 januari 2013.

 

zondag 25 november 2012

De zichtbaarheid van de vertaler



Schaduw of schijnwerper. Dat wordt het thema op 14 december, de eerste van de twee jaarlijkse vertaaldagen. Ieder jaar weer is het dan een gezellige drukte. Vertalers vinden het meestal fijn om `onder de mensen' en zeker onder collega's te zijn, Ze gaan op de eerste dag pittige discussies met elkaar aan en werken op de tweede dag in kleinere groepen geconcentreerd aan een fragment dat ze tevoren hebben vertaald. Maar liefst zeven vertalers zijn uitgenodigd om die vrijdag op het podium van de Rode Hoed te vertellen hoe zij zich zichtbaar maken, en of ze zichtbaarheid eigenlijk wel belangrijk vinden.
Ik schreef een stukje over het zichtbaarheidsthema voor de najaarsuitgave van Schreef, het blad van het Nederlands Letterenfonds. Een toegankelijk blad in een levendige opmaak met nieuwtjes, korte kreten, grappige tekeningen, afgewisseld met mooie interviews en verhelderende essays. Ik las met veel genoegen het stuk van Jasper Henderson over smaakverschillen en hoe literaire kwaliteit kan worden herkend.
Intussen doen vertalers er van alles aan om hun zichtbaarheid te vergroten. Gisteren kreeg ik bijvoorbeeld het decembernummer van Zin in handen, een dik tijdschrift voor de al wat oudere mens. Ditmaal staan er o.a. zes grote foto’s in van literair vertalers, met zes kleine interviewtjes erbij. Eén van de zes is Rien Verhoef, die in februari een eredoctoraat krijgt van de RU te Leiden, `omdat hij Engelstalige wereldliteratuur op een constant hoog niveau en op prachtige en inventieve wijze toegankelijk maakt in het Nederlands’, zoals in het persbericht stond. Wij vertalers weten dat Rien nog zoveel meer verdiensten heeft: als docent, als bestuurder, als ervaren collega die jongere en aankomende vertalers met onwrikbaar geduld op hun rechten blijft wijzen. Ook op 14 december is hij er weer bij, om met Martin de Haan in debat te gaan over het thema van de dag. Ik kijk met spanning uit naar wat ze erover te zeggen zullen hebben.
Hieronder alvast mijn eigen stukje met als titel `Noem mij, koester mij!’   

vrijdag 16 november 2012

Vermeer en Bergotte



Dit gezicht op Delft wordt binnenkort mijn eigen uitzicht, zij het inclusief de veranderingen die er in drieëneenhalve eeuw hebben plaatsgevonden, en niet langer gehuld in de prachtige kleuren van Vermeer. Op dit moment wordt daar in de buurt druk gegraven en gebouwd. Het enige wat er nog hetzelfde uitziet is paradoxaal genoeg het meest veranderd: het water van de Schie. De twee vrouwen in boerendracht kwamen misschien wel uit de Holierhoekse Polder, die aan de oostkant door de Delftsche Schie werd begrensd en waar ongetwijfeld wat voorouders van me hebben gewoond.
Vermeers Gezicht op Delft is voor mij onlosmakelijk verbonden met Proust, die in De gevangene de doodzieke Bergotte naar het museum laat gaan. Daar hangt tijdelijk het Vue de Delft, `uitgeleend door het museum van Den Haag’ voegt Proust er nauwgezet aan toe. De schrijver Bergotte wordt vooral gegrepen door een klein geel muurvlak, ergens rechts op het schilderij. `Zo had ik moeten schrijven. Mijn laatste boeken zijn te schraal, ik had verscheidene lagen kleur moeten aanbrengen, van mijn taal een kostbaarheid op zichzelf moeten maken, zoals dit kleine gele muurvlak,’ peinst hij, in de vertaling van Thérèse Cornips. Bergotte overziet zijn eigen leven en krijgt het gevoel dat het veel minder waard is dan zo’n `petit pan de mur jaune’. Waarna hij dood neervalt.    
De deskundigen twisten nog steeds over de vraag welk `klein geel muurvlak’ Proust bedoelde. Voor mij telt vooral het geheel: de lange lijnen, het zand op de voorgrond, de grauwe schuit, de wolken in donker en licht, het kalme water, de figuurtjes die zich zo halverwege de Gouden Eeuw en aan de rand van Delft volkomen thuis lijken te voelen, de eendrachtige rode daken, de Nieuwe Kerk in het stralende zonlicht…
Het schilderij hangt in het Mauritshuis. Altijd wanneer ik daar de zaal betreed, word ik overweldigd door de betoverende kleuren. Daar op dat schilderij is Vermeer te vinden, zoals Proust te vinden is in de Recherche en veel minder in Illiers-Combray.


zondag 11 november 2012

In de herfst van mijn vertalersbestaan

Het is heerlijk om in mijn nadagen, die ik overigens niet als zodanig ervaar, nog het een en ander te kunnen doorgeven aan studenten voor wie de lente net begonnen is. Ik zie dan ook uit naar de lessen die ik binnenkort ga geven in Utrecht en in Antwerpen. Zie http://www.masterliterairvertalen.eu/translator-in-residence/ De bijeenkomst op 17 januari 2013 in Utrecht is bedoeld voor een wat breder publiek en zal hoogstwaarschijnlijk worden opgeluisterd door een jonge acteur, die vertaalde teksten gaat voordragen. 
Hieronder het persbericht:
 Jeanne Holierhoek tweede Translator in Residence in Utrecht
Jeanne Holierhoek (1947), grande dame van het literair vertalen in Nederland en Vlaanderen, zal deze winter een zestal colleges verzorgen voor de Researchmaster Literair Vertalen i.o. Zij is daarmee de tweede Translator in Residence aan het Departement Moderne Talen van de Universiteit Utrecht. De gastcolleges zijn bedoeld voor studenten en alumni van de master Vertalen te Utrecht, Leuven en Antwerpen, en vinden plaats in de maanden november, december en januari. Het Translator in Residence-schap wordt mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds, dat de inbreng van professionele vertalers in de master wil bevorderen.
In 2010/2011 was Jeanne Holierhoek al Translator in Residence bij het NIAS, Netherlands Institute for Advanced Study, waar ze werkte aan haar vertaling van teksten van René Descartes. Naast filosofische teksten van Descartes en Montesquieu vertaalde ze ook romans van o.a. Michel Tournier, Simone de Beauvoir, Jean Giono, Jonathan Littell en Marie Ndiaye. Drie sterke vrouwen,haar vertaling van een roman van Marie Ndiaye, werd in 2011 bekroond met de Europese literatuurprijs. In 2007 ontving ze de Elly Jafféprijs voor haar gehele vertaaloeuvre, in het bijzonder voorOver de geest van de wetten van Montesquieu.
Tijdens haar gastdocentschap gaat Jeanne Holierhoek in op verschillende aspecten van het vertalen. Zo zal ze spreken over vertalersverdriet, ‘Verboden woorden, onvindbare citaten, vreemde voorwerpen’ en over vertalersgeluk: ‘Zieltogende metaforen, ambtenarentaal, scheldwoorden en sappig idioom’. Ook praktische zaken als het beroepsperspectief, het contact met auteurs en het nut van een vakbond voor vertalers komen aan bod. Haar lezing over vertaalkritiek en het verouderen van vertalingen op 17 januari is voor iedereen gratis toegankelijk. Belangstellenden zijn van harte welkom.
De aanloopfase van de Researchmaster Literair Vertalen wordt gefinancierd door de Nederlandse Taalunie. Zij stelt voor een periode van vier jaar (2009-2013) een bedrag ter beschikking voor het ontwerpen, ontwikkelen en starten van een transnationaal masterprogramma literair vertalen.
Nadere informatie over het programma en het inschrijfformulier voor de colleges is te vinden via dezewebsite.